‘Vochtverlies is krachtverlies’

Normal f8a70d0d3d16c71044a1e47071ec5f9601173973
08-09-2017 | 15:28

Koos Moerenhout (43 jaar) is een oud-profwielrenner. Hij fietste van 1996 tot en met 2010 als beroepswielrenner, meestal als knecht. Tegenwoordig deelt hij zijn fietservaring als teammanager; tussen 2013 en 2016 van de vrouwenploeg Rabobank-Liv met o.a. Marianne Vos en Anna van der Breggen, sinds dit jaar van de ploeg Aexon Hagens Berman. ‘Weer heel wat anders, nu werk ik met jongens tussen de 18 en 23 jaar’, vertelt Moerenhout lachend. 

Moerenhout fietst mee met de Zuiderzee Klassieker omdat hij het een mooie uitdaging vindt om de wielersport en een goed doel als ‘de gezonde buik’ te combineren. Hij fietst mee met het bedrijventeam van IBS Capital Allies. Het team, met allemaal sportieve fietsers, gaat de 180 kilometer wegtrappen. 

Op de vraag of hij de 180 km zo uit zijn mouw schudt zonder voorbereiding antwoordt Koos: ‘Nou, ik maak toch wel wat fietsuurtjes. Je bent op zo’n dag zo 5 à 6 uur onderweg, dat vergt wel wat van je conditie, je nek en rug en natuurlijk je kont.’ Ter voorbereiding fietst Moerenhout drie keer per week anderhalf tot twee uur met een aantal duurtrainingen van 3 à 4 uur. 

‘Pas op met regenjasjes’

Moerenhout heeft nog wel een paar tips voor de deelnemers over kleding en voeding. ‘Probeer een aantal lagen kleding over elkaar te dragen, zodat je tijdens de tocht wat kunt uitdoen als je het warm hebt. Draag bijvoorbeeld arm- en beenstukken en pas op met regenjasjes. Die kunnen behoorlijk afsluiten, waardoor je je energie niet kwijt kunt.’

Verder adviseert Moerenhout om op tijd te beginnen met drinken. ‘Vochtverlies is krachtverlies’, stelt Moerenhout. ‘Begin na een half uur vanaf de start al met drinken. Op zo’n lange afstand van 180 kilometer moet je al gauw een bidonnetje of vijf leegdrinken.’ Hoeveel je drinkt is natuurlijk ook afhankelijk van het weer. Hoe warmer het is, hoe meer je drinkt. 

Wat betreft het eten is het advies van Moerenhout om na een uur, anderhalf uur al iets te eten, zoals een banaan of een energiereep. En dat elk uur. Als je echt honger krijgt of je slap voelt kunnen een colaatje of andere snelle suikers helpen om je weer wat energie te geven. Maar zijn advies is om dat gevoel vóór te blijven door regelmatig te eten en te drinken. 

‘Elke kilometer brengt je dichter bij je doel’

Moerenhout geeft ook tips hoe je jezelf kunt oppeppen als je er doorheen zit tijdens de tocht. ‘Geniet van de omgeving! Kijk om je heen! Elke kilometer brengt je dichter bij je doel.’ Voor Moerenhout is de dag geslaagd als we met z’n allen veel geld ophalen. Maar ook als hij leuke mensen heeft ontmoet. Het sociale aspect van deze tocht is groot: ‘We zijn allemaal met gelijkgestemden, mensen die van fietsen houden en die voor het goede doel fietsen. Geniet ervan!’